![]() |
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Warmtetransport:Wat is warmte?Op microschaal is warmte vrijgemaakte energie door trillingen van moleculen of door de beweging van vrije moleculen. Als iets verwarmd wordt, dan wordt deze energie opgedreven, bij afkoelen wordt er energie afgevoerd. Daarom dat warmte ook als eenheid Joule [J] heeft. Warmte wordt bepaald door haar potentiaal, dit is de temperatuur. Als er iets verwarmd wordt wil dit zeggen naar een hogere temperatuur brengen. Als er wordt afgekoeld gaat de temperatuur dalen. Warmte en temperatuur zijn niet rechtstreeks te meten. Enkel temperatuursverschillen zijn te meten. Dit gebeurt door de verandering van materiaaleigenschappen bij verschillende temperaturen. Dit is ook zo het geval bij de thermometer. Het kwik zet uit bij een stijgende temperatuur. Warmte heeft als symbool Q met als eenheid Joule [J] De warmtestroom (Φ) is de hoeveelheid warmte per tijdseenheid. Dit is dus Joule/seconde = Watt (J/s = W). Warmtestroomdichtheid is de hoeveelheid warmte die per tijdseenheid door een eenheidsoppervlakte stroomt en heeft als symbool q (W/m²). De warmtestroomdichtheid is een vector met dezelfde richting als het oppervlak. Hoe wordt warmte getransporteerd?Warmte kan op drie manieren worden getransporteerd:
Deze drie worden hieronder kort toegelicht: Geleiding of conductieBij geleiding of conductie wordt de kinetische energie van de moleculen verhoogd. De moleculen brengen de energie over door trillingen. Geleiding vindt plaats tussen twee vaste stoffen, binnen eenzelfde stof, in een fluïdum (vloeistof) of bij een contactvlak tussen vaste stof en fluïdum. De warmte kan slechts gaan van hoge naar lage temperatuur. Dit is de tweede wet van de thermodynamica. Warmtetransport stopt dus als de warmte gelijkmatig verdeeld is (temperatuur overal even hoog).
Afbeelding1: Geleiding van de warmte door een muur De warmtestroomdichtheid ten gevolge van geleiding kan gezocht worden met volgende formule:
q = warmtestroomdichtheid (W/m²) λ = warmtegeleidingcoëfficiënt (W/(mK) Δ = Delta ΔT = temperatuursverschil (K) overheen de muur (T2- T1) Δx = dikte van de muur (m) De temperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin. Deze is gelijk aan de temperatuur in graden Celsius plus 273,15 Kelvin. Nu is de warmteweerstand van het materiaal gelijk aan R. Deze warmteweerstand is gelijk aan:
R = warmteweerstand ((m²K)/W) d = dikte van de muur (m) λ = warmtegeleidingcoëfficiënt (W/(mK) Deze formule kan in de formule van q worden ingevuld. Dit geeft volgende formule:
Stroming of convectieDe temperatuursverandering wordt hier veroorzaakt door de verandering van soortelijk gewicht van het medium. Daardoor ontstaan er onder de invloed van de zwaartekracht stromingen van de moleculen. Deze bewegende moleculen zorgen nu voor het warmtetransport. Voor stroming of convectie is een medium nodig (lucht). De warmtestroomdichtheid ten gevolge van convectie kan gezocht worden met volgende formule:
qc = warmtestroomdichtheid (W/m²) hc = convectieve warmte-overgangscoëfficiënt W/(m²K) 3,5 W/(m²K) voor binnenoppervlak 1,2 W/(m²K) voor transport van boven naar onder (binnenoppervlak) 19 W/(m²K) voor buitenoppervlak Tfl = temperatuur in het ongestoorde fluïdum Ts = oppervlaktetemperatuur Straling of radiatieBij straling of radiatie wordt er warmte overgedragen zonder tussenkomst van een stof. Moleculen van een stralend lichaam zenden warmtegolven uit. Andere moleculen absorberen deze warmtegolven en worden hierdoor verwarmd. Een goed voorbeeld van straling of radiatie is de warmte van de zon die de aarde bereikt via de luchtledige ruimte en atmosfeer. De warmtestroomdichtheid ten gevolge van straling kan gezocht worden met volgende formule:
qx = warmtestroomdichtheid (W/m²) hx = convectieve warmte-overgangscoëfficiënt W/(m²K) 3,5 W/(m²K) voor binnenoppervlak 1,2 W/(m²K) voor transport van boven naar onder (binnenoppervlak) 19 W/(m²K) voor buitenoppervlak Tfl = temperatuur in het ongestoorde fluïdum Ts = oppervlaktetemperatuur Warmteovergangsweerstand Rsi aan het binnenoppervlakHet warmtetransport van de binnenlucht naar de muur bestaat uit het warmtetransport door convectie en straling. Dus de warmtestroom van deze twee samen moet worden gezocht. Hieruit kan dan de warmteweerstand Rsi worden bepaald.
Afbeelding 2: Temperaturen langs de muur Dus q = qc + qx q = q = q = met Hieruit kan Rsi bepaald worden:
Warmteovergangsweerstand Rse aan het buitenoppervlakHier kan hetzelfde gedaan worden q = qc + qx q = q = q = met
Opmerking: De berekende waarde van Rsi en Rse zijn berekend voor uitwendige scheidingsconstructies grenzend aan buitenlucht of sterk geventileerde ruimtes, waarvan de grootste hellingshoek met de horizontale groter is dan 60°. Bij andere randvoorwaarden mag volgende tabel geraadpleegd worden. Tabel 1: Warmteovergangsweerstanden (www.rockwool.be)
Totale warmteweerstandOmdat q constant blijft kan er gezegd worden: q = q = q =
Hieruit kan Rtot worden afgeleid:
Nu is Rtot gelijk aan Rtot = Als de laag uit meerdere materialen bestaat moet de warmteweerstand van elke laag worden gezocht. De R-waarde wordt dan aangegeven door Ri.. De totale waarstand wordt dan gegeven door: Rtot = De U waarde van de constructie kan nu gezocht worden met de formule: U = VoorbeeldGegeven:
Afbeelding 3: Dakopbouw van het voorbeeld Bitumen: λ = 0,23 Cellenbeton : λ = 0,19 Gewapend beton: λ = 2,3 Gevraagd: Warmtestroomdichtheid Temperatuurverloop Oplossing: Warmtestroomdichtheid Eerst wordt de warmteweerstand van elke laag berekend: Bitumen:
Cellenbeton:
Gewapend beton:
Rtot = 0,0435 Rtot =0,471 U = q = Temperatuurverloop: q = q = q = q = q = LuchtlagenIn de constructies is vaak een luchtlaag aanwezig. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen niet, zwak of sterk geventileerde luchtlagen. Via een tabel kan de warmteweerstand van de luchtlaag afgelezen worden. Onderstaande waarden zijn voor niet geventileerde luchtlagen.
Als de luchtlaag zwak geventileerd is, wordt de Ra-waarde gedeeld door twee. Bij sterk geventileerde luchtlagen wordt de luchtlaag beschouwd als de buitenkant van de constructie. EisenVoor projecten met een aanvraag tot
stedenbouwkundige vergunning vanaf 1 januari 2010 zijn de EPB-eisen verstrengd. De
wijzigingen staan aangegeven in de tabel: Tabel 2: Overzicht van de eisen (www.energiesparen.be/epb/overzichteisen)
Tabel 3: Maximale U waarden (www.energiesparen.be/epb/tabeluwaarden)
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||